Op weg naar Jamaica

“Zestien…Zevenentwintig…Vijfenveertig…”

“Alsjeblieft-die nummers heb ik!

Kees keek gespannen naar de lotto trekking op SBS 6. Het zweet stond met grote druppels op zijn voorhoofd en hij bibberde over zijn hele lichaam. Hij wreef met zijn hand door zijn blonde krullen en staarde naar het scherm.

Nee, de twee volgende ballen vertoonden nummers die hij niet had.

Daar was de laatste bal.

“Zevenentwintig.”

“Yesss!”

Dat nummer had hij ook. Vier nummers goed!

Kees danste op en neer en schreeuwde het uit. “Ik heb iets gewonnen! Ik heb een Lotto prijs gewonnen! Alsjeblieft…Zesentwintigduizend Euro! Daar stond het op het scherm.

Hij kuste zijn lottobiljet en greep zijn iPhone om Angelique het goede nieuws te vertellen.

“Schat,” brulde hij door de telefoon, “ik heb een lottoprijs gewonnen! Dat moeten we vieren. Laten we afspreken in café de Ouwe Bok.”

Nadat hij het gesprek beëindigd had keek hij gelukzalig voor zich uit.

Stel je voor. Zesentwintigduizend Euro.

Waar kon hij dat lottobiljet veilig wegbergen?

Toen hij naar zijn iPhone keek besloot hij het lottobiljet veilig weg te schuiven in zijn iPhone hoesje. Daar zat het veilig tussen het hoesje en zijn iPhone in geklemd. Mocht Angelique hem niet geloven, kon hij haar het biljet ook nog laten zien.

Wat een geweldige dag.

Toen hij het beduimelde biljet in zijn iPhone hoesje had geschoven stapte hij de deur uit en ging hij zingend op weg naar café de Ouwe Bok…

***

Angelique staarde hem ongelovig aan.

“Zesentwintigduizend Euro?” prevelde ze zachtjes, terwijl ze haar ogen samenkneep.
“Nu kunnen we misschien onze droomreis naar Jamaica maken.”

Kees pakte haar hand vast en keek diep in haar lichtblauwe ogen.

“Jamaica, here we come.”

“Waar is dat biljet nou? Heb je het wel veilig opgeborgen?” vroeg Angelique gespannen terwijl ze een slokje van haar biertje nam.

Kees knikte zelfverzekerd van ja en pakte zijn iPhone.

“Zit in mijn iPhone hoesje.” Hij toonde Angelique zijn blauwe Crocodile pu leren hoesje en grijnsde. “Veilig weggestopt.”

Opeens hoorden ze wat gestommel achter zich en een diepe, zware stem die vroeg: “Heb jij ook zo’n blauw hoesje? Kees schrok en keek achterom in het grijnzende gezicht van een lange, magere man.

“Antonius!”

Kees kende Antonius wel van het werk, maar Angelique moest niets van de lange slungel hebben. Antonius hield zijn iPhone in zijn hand, en inderdaad, het hoesje was precies eender als dat van Kees.

“Waar heb je dat vandaan?” wilde Antonius weten terwijl hij ongevraagd aanschoof.

“Gewoon, online besteld.”

Hoewel Angelique duidelijk te kennen gaf niet van het gezelschap van Antonius gediend te zijn, besloot Kees zijn avond niet te laten bederven en bood hij hem zelfs een biertje aan.

Nadat Antonius zijn glas in ontvangst had genomen, slurpte hij luid aan de kraag van het bier en begon met Kees een geanimeerde discussie over de zegeningen van de hedendaagse technologie en de iPhones.
Angelique keek op haar horloge en stond op.

“Ik moet nog wat werken. Ik bel je morgen wel op.”

Kees keek op en knikte. “Ja, morgen hebben we het over Jamaica.”

***

Toen hij de volgende morgen wakker werd greep hij direct naar zijn iPhone. Hij had gedroomd over goudgele stranden op tropische eilanden waar hij samen met Angelique in slow-motion overheen rende met een wilde, ongebreidelde vrijheid die je alleen maar in je dromen kunt meemaken.

Maar dat lottobiljet was geen droom. Dat was echt en hij wilde dat biljet nog eens goed bekijken. En wanneer zou hij uitbetaald krijgen?

Opgewonden opende hij zijn hoesje en bevroor. Wat was dat nou? Zijn schermpje was gekrast en zijn wallpaper was ook anders. In plaats van die prachtige zonsondergang die Angelique zo mooi vond, keek hij nu in het verleidelijke gezicht van een Playboy bunny die hem een kusje toewierp.

Dit is mijn iPhone helemaal niet. Met een schok realiseerde Kees zich dat hij de iPhone van Antonius had meegenomen. Toegegeven, toen hij om een uur of twaalf de Oude Bok uit was gestapt was hij niet zo helder meer geweest en omdat die hoesjes er precies hetzelfde uitzagen hadden ze hun iPhones verwisseld.

     Mijn lottobiljet!

De schrik sloeg Kees om het hart.

     Antonius. Ik moet hem direct bellen.

Maar toen Kees belde bleek er geen contact mogelijk. Dit nummer is niet bekend, zei een krakerige vrouwenstem. Kees sloeg zijn ogen ten hemel. Hoe kon dat nou?

     De vaste lijn. Antonius heeft ook nog een ouderwetse telefoon.

Die werkte.

Toen Antonius slaperig opnam begreep hij eerst niet waar het om ging, maar na een kop koffie te hebben ingeschonken en naar het zenuwachtige geschreeuw van Kees geluisterd te hebben, begon het bij hem te dagen dat ze hun iPhones verwisseld hadden, toen Kees was weggegaan en hem in het café had achtergelaten.

“Ik vond het al zo raar dat mijn iPhone er opeens zo mooi uit zag,” sprak Antonius opgelucht. “Ik had een gebarsten schermpje en mijn wallpaper was ook heel anders. Maar ja, na al die biertjes…,” hij aarzelde even, “zie je alles niet meer zo scherp. Dus toen die man me vroeg…”

“Wat voor man?” bulderde Kees door de telefoon.

“Een of andere kerel zei dat ik zo’n mooie iPhone had. Ik heb hem verkocht voor een goed prijsje.”

Kees voelde de grond onder zijn voeten wegzakken. “Jij hebt mijn iPhone verkocht?”

“Nee,” verbeterde Antonius. “Ik heb mijn eigen iPhone verkocht. Ik kon toch ook niet weten dat dat ding van jou was?”

Het bloed steeg Kees naar het hoofd en hij knarste woedend met zijn tanden. “En het hoesje, dat leren Crocodile Pu hoesje? Heb je dat ook verkocht?
Antonius dacht even na en zei toen, “Ja natuurlijk. Part of the deal. Maar nu je het zegt, er zat een of ander prullerig kladpapiertje ingeschoven. Dat heb ik er maar uitgehaald.”

“Een kladpapiertje?”

“Weet ik veel? Ik had heel wat biertjes op en ik heb er niet naar gekeken. Maar ik heb het hier in de prullenbak gegooid. Ik zie het van hier liggen.”

Kees kon haast niet geloven wat hij hoorde.

“Ik kom er aan!” schreeuwde hij. “Niets doen. Niets aanraken. Ik ben over drie minuten bij je.”

Hij klapte de telefoon dicht en stormde de deur uit…

***

Terwijl hij op een strandstoel aan het rietje van zijn Margarita zoog keek hij tevreden naar de golven die rustig over het strand rolden. Het water kwam nu bijna tot aan zijn strandstoel. Vanuit het water zwaaide Angelique enthousiast naar hem.

“Het is heerlijk water, Kees. Kom er ook in!”

Maar Kees schudde zijn hoofd. Hij bleef liever droog. De zon ging nu bijna onder; daar moest hij maar even een mooie foto van maken. Die kon hij gebruiken als wallpaper op zijn nieuwe iPhone. Hij greep het kleinood, dat netjes zat weggestopt in een nieuw iPhone hoesje, een prachtige nieuwe flipcase, en grijnsde.

Jamaica was een fantastische plaats.


Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *